Nieuws

Buitengewone kosten voor kinderen eindelijk wettelijk omschreven

Terug
9 juli 2019

Ouders moeten bijdragen in de kosten

Ouders moeten bijdragen in de kosten voor hun kinderen. Traditioneel maakt men hier het onderscheid tussen (1) gewone, dagdagelijkse kosten, en (2) buitengewone, verblijfsoverstijgende kosten. 


Onderscheid tussen 'gewone' en 'buitengewone' kosten?

De wet bevatte echter enkel een vage omschrijving van buitengewone kosten en lijstte niet echt op om welke kosten het concreet gaat. In de praktijk circuleerden daarom verschillende lijsten in de Hoven van Beroep en Rechtbanken in België, zonder dat één lijst overal toegepast werd.

In het , Staatsblad van 2 mei is het Koninklijk Besluit van 22 april 2019  tot vaststelling van de buitengewone kosten die voortvloeien uit art. 203 §1 Burgerlijk Wetboek verschenen.

Hiermee is eindelijk wettelijk vastgelegd welke kosten nu als buitengewoon worden beschouwd.  

De lijst die wordt weergegeven sluit in sterke mate aan bij de lijsten die reeds door de verschillende Rechtbanken en Hoven van Beroep werden gebruikt. Zo gaat met ook uit van de traditionele onderverdeling in buitengewone medische, buitengewone school- en buitengewone ontwikkelings- en ontplooiingskosten. 


Crèchekosten, bijlessen, specialisten, ….

Maar er zijn ook verschillen. Zo worden kosten van crèche nu als buitengewoon beschouwd (in tegenstelling tot wat gebruikelijk was in de rechterlijke lijsten). Bijlessen die een kind moet volgen om te kunnen slagen in zijn of haar studiejaar zijn voortaan buitengewoon (vroeger was hiervan geen sprake).

Het Koninklijk Besluit schept op sommige punten duidelijkheid in vergelijking met vroeger. Medische kosten van behandeling door specialisten (bv. logopedie) en hospitalisatie zijn steeds buitengewoon, terwijl vroeger kosten van bv. logopedie pas als buitengewoon werd beschouwd vanaf 10 beurten of sessies en kosten van hospitalisatie vanaf een bepaald aantal dagen hospitalisatie.

Op andere vlakken schept de wetgever helaas evenwel eerder onduidelijkheid waar eerst duidelijkheid was. Schoolmateriaal bv. wordt als buitengewoon beschouwd, wanneer het gaat om noodzakelijk gespecialiseerd en kostelijk studiemateriaal en/of schoolkledij. Wie zal echter bepalen wanneer studiemateriaal “kostelijk” of “gespecialiseerd” is? 


Hoogdringendheid

Ten slotte bepaalt het Koninklijk Besluit ook dat de ouders over alle kosten, tenzij in geval van hoogdringendheid of “bewezen noodzakelijkheid”, een voorafgaand overleg én voorafgaand akkoord moeten hebben bereikt. Het risico ontstaat dat dit de deur opent naar misbruiken door ouders die niet bereid zijn te betalen. Wat gedaan wanneer een ouder die bv. kosten van logopedie of begeleiding door een psycholoog wil verhalen, steevast botst op een “njet” van de andere ouder?

Moet zij/hij dan de noodzakelijkheid gaan bewijzen van deze kost? Wie zal over deze noodzakelijkheid moeten oordelen?

Het gevaar bestaat dat de nieuwe lijst tot meer discussies over voorafgaand overleg en akkoord en vage begrippen als noodzakelijkheid en hoogdringendheid aanleiding zal geven dan voorheen. 


Onderling akkoord?

Daarom is het aan te raden dat ouders die een regeling over deze kosten willen uitwerken de lijst aanpassen aan hun concrete behoeften (wat toegelaten is) en bv. bepaalde kosten opnemen of verduidelijken, maar dat zij ook een formule uitwerken die aan de ouder die kosten wil maken toelaat om voor kosten beneden een bepaald bedrag het recht toekent deze kosten te maken zonder voorafgaand overleg en akkoord. Zo vermijd je discussies over elke uitgave van 10 euro, die het systeem van vlotte afrekening dat de wetgever beoogde dreigen te verlammen. 


Koninklijk Besluit van 22 april 2019  tot vaststelling van de buitengewone kosten





Meer info?


09 222 89 19
pieter.steenbrugge@pureadvocaten.be 
Voskenslaan 34-36
9000 Gent (BE)

Tel: 32 9 222 89 19
info@pureadvocaten.be
Ma - Vrij
9:00 - 19:00

Privéparking achter het gebouw